Koningsparkieten

 

De Australische Koningsparkiet (Alisterus s. scapularis)
 

Wij houden de Australische Koningsparkiet
Het verschil tussen de man en pop is bij volwassen koningsparkieten zeer duidelijk te zien. De man heeft een rode basiskleur met overwegend groene vleugels en een zwarte staart. Op de vleugels zit een helder lichtblauwe band. Op de rug is bij de nek en de staarbasis de veerkleur donkerblauw. De snavel is oranjegeel.
 
De pop is overwegend groen met een rode buik, ook bij de pop is de staartbasis op de rug blauw. De snavel van de pop is donkergrijs. Jonge vogels zijn gelijk aan de pop. Jonge mannelijke vogels beginnen in het tweede jaar te verkleuren, pas na drie jaar hebben mannen het volwassen uiterlijk. De lengte van de vogels is circa 42 cm.
 
Koningsparkieten zijn zeer sterke vogels die, mits ze beschut en droog kunnen zitten, het hele jaar in een buitenvolière zouden kunnen zitten. Het geluid van een koningsparkiet is aangenaam, de man fluit met name in het voorjaar. De pop laat over het algemeen alleen wat zacht gepiep horen. Koningsparkieten kunnen circa 30 jaar oud worden.
 
Verspreidingsgebied

De koningsparkiet komt voor in de kust- en berggebieden (tot 1.650m) van oost-Australië en van noord Queensland tot zuid Victoria. In zijn verspreidingsgebied is hij voornamelijk waar te nemen in eucalyptus bossen, half open bossen en in het regenwoud. Buiten het broedseizoen wordt de koningsparkiet ook aangetroffen in parken, akkerlanden en boomgaarden. Koningsparkieten vliegen gewoonlijk rond in paren of kleine groepen. In de herfst verzamelen de jonge vogels zich in groepen tot wel dertig stuks, soms samen met Helmkakatoe’s en Pennant Rosella’s. In de vroege ochtend en avond vliegen de vogels van- en naar hun foerageergebieden. Overdag zijn de vogels vaak te vinden in bomen en struiken waar ze beschutting zoeken voor de zon of op zoek zijn naar voedsel. Ook komen ze regelmatig op de grond om te drinken en voedsel te zoeken.

Voeding

In de natuur bestaat de voeding van de koningsparkieten uit fruit, bessen, noten, (gras)zaden, maïs, bladeren, bloesems, nectar, insecten en larven van insecten. Vaak veroorzaken foeragerende groepen koningsparkieten grote schade aan graan- en maïsvelden. Uit observaties van de vogels in het wild is naar voren gekomen dat ze een voorkeur hebben voor de zaden van eucalyptussen en acacia's en halfrijpe maïs.
  
Onze Gezelschapsvoliere

Koningsparkieten zitten samen met de Grasparkieten en de Valken in onze buitenvoliere.  Dit gaat prima, onderling laten ze elkaar de ruimte en tijdens het handmatig aanbieden van voer en in de voerbakken, zitten ze gezamelijk bij elkaar te eten. Tuurlijk er is wel eens wat gekibbel.
 
De Koningskinderen

De jonge zitten op hun gemak op de wilgentakken en zitstokken. Ze scharrelen rustig de voliere rond en vragen regelmatig nog voeding aan de ouders. Het zijn ongelooflijk lieve vogels, heel sociaal, stappen makkelijk op de hand en tijdens het verenplukken (om het geslacht te bepalen) gaven ze geen kik, ook daarna gewoon weer op de hand en geen enkele hap of bijt reactie. Persoonlijk vind ik de Koningen veel liever en aangenamer dan de grasparkieten / valkparkieten. Het is echt een Kroon op je voliere.

 

Tekst deels overgenomen van http://www.kanarievogel.nl/Australische%20Koningsparkiet.pdf

gallery/img_1757
gallery/img_1862